e-book Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition)

Free download. Book file PDF easily for everyone and every device. You can download and read online Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition) file PDF Book only if you are registered here. And also you can download or read online all Book PDF file that related with Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition) book. Happy reading Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition) Bookeveryone. Download file Free Book PDF Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition) at Complete PDF Library. This Book have some digital formats such us :paperbook, ebook, kindle, epub, fb2 and another formats. Here is The CompletePDF Book Library. It's free to register here to get Book file PDF Si la musique tétait contée (de la préhistoire à la techno...) (French Edition) Pocket Guide.

Ce dernier se disqualifie volontairement en frappant son adversaire avec la ceinture, et ce, afin de conserver son titre. Les bombardements des ports et l'occupation allemande lui font subir de lourdes pertes. Tolkien , notamment dans son roman posthume Le Silmarillion. Math dans Animal Crossing et sur Console virtuelle.

Tolkien et intervenant dans son roman Le Hobbit , dont il est le principal antagoniste. Gandalf propose d'arranger une rencontre entre la compagnie de Thorin et le hobbit Bilbo Baggins Bilbon Sacquet. Elle sort en single le 23 juillet sous le label Warner Bros. L'instrumentation de Into the Groove se compose de batteries, percussions, congas et sifflets. Si l'ouvrage de M. Guy Sagnes, aurait l'ennui comme source. Est-ce parce que Les deux Greffiers sont de queB. II faut remercier M. Je comprends mal l'ordre choisi par M.

De Palazzeschi il cite notamment les recueils Viaggio sentimentale et Cuor mio Ce ne sont pas les seules lacunes que je voudrais relever. Ces Farfalle auxquelles M. Farinelli s'attache ne sont souvent que du plagiat pur et simple. On peut sans doute traduire la maxime de Svevo: Clough sur les Asolani de et une tentative d'E. Bern,Francke Verlag, ; p. Of het woord de beide verschijnselen, die hier besproken zullen worden, ook het best typeert is een tweede 2. Constructies als ik leer hem Frans en hij mij Duits voorbeeld van Den Hertog , die in het Nederlands en o. Bakker 8 heeft dat soort verschijnselen grondig onderzocht en de eerste constatering bij het lezen van zijn werk is dat samentrekkingen in veel verschillende vormen in het Nederlands aangetroffen worden, vooral in gecultiveerde taal.

Bakker heeft eerst nagegaan hoe samentrekkingen in het verleden en door sommige hedendaagse grammatici beschreven werden. Bakker toont op overtuigende wijze aan dat geen van beide verklaringen helemaal bevredigend is, maat dat een verklaring moet gezocht worden in een combinatie van twee eigenschappen, nl. Dit verband noemt hij in een eerste type syntactisch-contextueel.

Een van de voorbeelden die Bakker het uitvoerigst beschrijft is Daar komt nog bij dat rode bloemen op een hartstochtelijk temperament wijzen en witte op onschuld. Waarom dan toch syntactisch-contextueel? Bijzonder boeiend is het volgende hoofdstuk: In loon- en prijsverhoging wordt de relatie die tussen loon- en vorming bestaat compositorisch- contextueel genoemd. Elevatie komt niet alleen in samenstellingen, maar ook in afleidingen voor: Bij im- of expressionisme, nog meer bij substan- en adjectieven zal voor menigeen de grens overschreden zijn van wat men in het Nederands kan accepteren.

Het bestaan van dit soort samentrekkingen, waarmee Charivarius de spot gedreven heeft rid- en runders, vo- en vlegels, met vul- en lippen, enz. Bakker, die in de eerste hoofdstukken met veel zorg begrippen gedefinieerd heeft als subject, predikaat, vaste groep, permutatiegroep, de elementen S, L, A, P, enz.

Het boek munt uit door zijn rijke inhoud 1 ,door de bijzonder precieze en genuanceerde. Een heel ander verschijnsel, een fonetisch verschijnsel — echter met interessante gevolgen op het grammatikaal en semantisch vlak — is het onderwerp van de korte studie van Van Haeringen G. Het is een bekend feit dat de intervokalische d in tal van Nederlandse woorden in de uitspraak vervangen werd en wordt door eensemi-vokaal,; rooie, goeie- ofw ouwe ; de d kan zelfs helemaal gesyncopeerd worden, wat het verlies van een syllabe tot gevolg kan hebben.

Zo zijn niet alleen vormen ontstaan als la en vergaren maar ook doubletten als ijl en ijdel. De toestand kan als volgt geschetst worden: In samenstellingen is er een duidelijk verschil in gebruik: Uitzonderingen zijn er nochtans wel, maar daarom zegt Van Haeringen met nadruk dat er geen strikte regels bestaan, wel tendenties. Bij elk der besproken voorbeelden heeft Van Haeringen met veel zorg nagegaan welke vorm in de spreektaal en in de schrijftaal gebruikelijk is en of daarbij verschillen in stijl en gebruikssfeer en invloeden van de schrifttaai op de spreektaal waarneembaar zijn.

Huisman over de Italiaanse plaatsnamen in Nederland: Hekket verdiept zich in A reconsideration of the etymologies of Daventry and Deventer, en laat de oorsprong van beide toponiemen teruggaan op een adj. Gvsseling put grotendeels uit zijn Corpus der Nederlandse teksten tot zo goed als persklaar , maar ook uit andere tekstedities en onuitgegeven handschriften, bij een overzicht van Het aanwijzend voornaamwoord gene bij toponiemen, gebruik dat thans uitgestorven is, maar voor de Middeleeuwen streek voor streek nagegaan wordt.

Buitenhuis oppert bezwaren tegen de bijdragen in het vorige nummer van G. Du- jardin en J. Goossens, in De representativiteit en interpretatie van naamkundige gegevens voor het onderzoek van de spreiding der familienamen, waarop een antwoord van G. Marlens en de waarde van telefoongidsen voor het geografisch onderzoek van familienamen, en van J. Over de representativiteit van telefoongidsen en karteringstechnieken bij het geografisch onderzoek van familienamen.

Tot slot volgt de zeer uitvoerige, gebruikelijke tijdschriftenschouw. Hij is volkomen in zijn taak geslaagd en brengt ons in enkele schitterende hoofdstukken een grondige analyse van de structuur, de bronnen en de leer van de Tempel. Wat ons het meeste belang inboezemt, is natuurlijk het filologische aspect van de teksteditie, die volgt vanaf p. Bij het lezen van de verantwoording die afgelegd wordt over de wijze van uitgeven pp. Op dit ene puntje na, verheugen we ons over de gevolgde methode die vele waarborgen biedt voor de filologische bruikbaarheid van de tekst.

Toch zijn er in deze tekst talrijke woorden en die voor een niet-filoloog soms ook voor een filoloog! Tuymen, ghetogen, inblinckender, ingeswongen, enz. Wat we het meeste missen, is een woordenlijst! Nu weet ik best dat aan deze teksteditie geen taalkundige belangstelling ten gronde ligt.

Maar men vraagt zich toch af, waarom een uitgever die bewijst op de hoogte te zijn van de filologische desiderata en daar rekening mee houdt zie Uitgavetechniek , die zijn tekst op een bruikbare manier tracht te brengen, die zich dus duidelijk bewust is van de taalkundige waarde van het geboden materiaal, direct het meest nuttige — een Glossarium — ongedaan laat. Het hoeft geen betoog dat, speciaal voor de verwaarloosde 16e-eeuwse taal, zo'n woordenlijst bizonder welkom zou geweest zijn.

Op die manier zouden we trouwens, van bevoegde zijde wat in dit opzicht niet het geval is met het Mnl. In het Nederlands van de schrijver komen enkele vlekjes voor, bv. Sassen, Zeventiende-eeuwse teksten Prijs: Het Woord Vooraf specificeert: Dit is een uitstekend idee. Dit nu is precies de bedoeling van de samensteller: Lastig is wel dat de verklaringen achteraan geordend werden, terwijl die toch gemakkelijk onderaan iedere bladzijde konden gegeven worden. Le premier de ceux-ci, W. Tout cela est excellent. On ne peut que sortir enrichi de sa lecture. Vier hoofdstukken, respectievelijk gewijd aan Dubliners, A Portrait of the Artist as a Young Man, Ulysses, en Finne- gans Wake, bieden een boeiende analytisch-interpreterende visie op het werk van Joyce en hieruit blijkt dat J.

Duytschaever zich geen moeite heeft gespaard om recente studies in zijn eigen betoog constructief te verwerken. In dit woordenboek is zoveel mogelijk gestreefd naar beknoptheid, gepaard gaande met volledigheid. De beknoptheid werd bekomen door een streng wikken en wegen van de relevantie van sommige spelvarianten en door het weren "van overbodige synoniemen-opsommingen bij de vertaling. Dat dit lang niet gemakkelijk was, lezen we in de zeer gedetailleerde Inleiding pp.

Deze zorgvuldige verantwoording van de uitgave-techniek is een model in het genre, en op zichzelf het lezen en overdenken meer dan waard. Ze geeft een uitstekend idee van de scrupuleuze, hoog-wetenschappelijke werkwijze, die we op de voet volgen kunnen. Het Gallo-Ro- meinse grondgebied werd weliswaar slechts gedeeltelijk daarbij betrokken.

Deze lacune wordt nu met de belangrijke studie van M. De ingehaalde oogst is overweldigend. Dat was dan ook te verwachten vooreen gebied waar het succes van de Germaanse onomastiek zo groot was dat in de 9 e eeuw bijna gans de inheemse bevolking namen van Germaanse oorsprong droeg. De indeling gebeurt alfabetisch, met als lemma het eerste bestanddeel van de namen.

Dit heeft voor- en nadelen: Erger is dat geen index opgemaakt werd voor deze eindelementen: Dit is des te meer jammer daar de gegeven index pp. Deze index had uitsluitend beperkt moeten blijven tot verwijzing voor varianten naar de grondvorm. Het is onmogelijk bij een dergelijke rijkdom aan gegevens een exhaustieve commentaar te geven, net zo min als men een woordenboek grondig kan bespreken zonder het eerst lange tijd gebruikt te hebben. Meestal wordt niet geargumenteerd, een door anderen reeds gegeven interpretatie wordt zonder meer verworpen, vervangen of aanvaard.

Houdt men echter rekening met de omvang van dit werk, dan gaat men daar niet alleen spoedig in berusten maar zelfs begrijpen dat het soms moeilijk anders kon. Ieder zal allicht inzien dat een studie als deze, waarin men haast bij iedere naam voor een nieuw probleem komt te staan, niet vlekkeloos kan zijn. Om hiervan een voorbeeld te geven, kiezen we enkele plaatsen uit letter A:.

Hoewel niet bewezen, zou deze veronderstelling toch volledigheidshalve moeten vermeld worden. Ta vernier- Vereecken, Gentse Naamkunde, p. Deze hypothese is beslist interessant. Bij Adar-, Adr-, is S. Ad- is absoluut niet beperkt tot het Gallische gebied: Ofwel ontbreekt hier een schakel in de redenering, ofwel spreekt Schrijfster zich op de twee bedoelde plaatsen tegen. Agil- zou een eenvoudige uitbreiding van het ag- element zijn. Tavernier- Vereecken geeft echter o. Ook semantisch is dit beter aanvaardbaar. Dit, en de lange lijst kanttekeningen die nog zou kunnen volgen, doen weinig afbreuk aan onze waardering.

Latest issues

Zelfs al zijn we het niet overal eens met de gegeven verklaringen, hoofdzaak is dat de Germanistiek hier een haast onuitputtelijke schat aan gegevens vindt, waaruit zonder de minste twijfel zeer interessante conclusies kunnen getrokken worden. DM 36 herangezogen hat, bestimmen gleich den eignen Boden dieser Arbeit. Erstens gilt es den Begriff Vergebung. Im Geniedrama wird die Vergebung eingegliedert als Gegenmotiv zur Rache.

Die Verfasserin hat nicht die Absicht eine Geschichte des Vergebungsmotivs herauszuarbeiten, sondern den Beweis zu liefern dass die Vergebung ein die Dramenstruktur bis ins Innerste bestimmendes Motiv darstellt. Weder im formalen noch im inhaltlichen Bereich kann ein eigentlicher Entwicklungsprozess vorausgesetzt werden.

Eine Interpretation nach der Methode des vierfachen Schriftsinnes. Bern, Francke Verlag, ; 1 vol. Diese Frau wird als typische Vertreterin des weiblichen Geschlechtes geschildert. Der moralische Schriftsinn gibt die Lehre, die der Leser des Romans ziehen soll. Der anagogische Sinn weist in die Zukunft. Er deutet auf letzte Dinge. Raison est en effet synonyme de vue claire de toutes choses. Dans un dernier chapitre, W.

Jeffrey Sammons, Heinrich Heine. Le livre de Horst Steinmetz, Lessing. A cette tendance, la D. L'article tout entier constitue un plaidoyer pour plus de rigueur, rigueur qui n'est d'ailleurs ici qu'une des conditions d'une attitude plus strictement scientifique. Ausgabe in Verbindung mit der Theodor-Storm-Gesellschaft hrsg. Schmidt, ; S. Handbuch der deutschen Literaturgeschichte, Zweite Abteilung, Bibliographien, hrsg. Cependant, on peut, comme toujours dans ce genre d'ouvrages, en contester le plan. Somme toute, le plan du livre est clair et l'on trouve rapidement le paragraphe que l'on cherche.

WZUJ to 8, , pp. Ce qui est dit, pp. Les questions ne manquent pas. Bravo [Philologie, histoire, philosophie de l'histoire. Vercauteren Le Moyen Age, pp. Goriely Le Socialisme, pp. Masai La notion de Renaissance. Joris La notion de ville, pp. Il ne propose aucune solution personnelle de rechange. Tous ne partageront pas sa confiance dans les essais de typologie de H. Stoob et de G. A ces questions, M. Ils ne se distinguent donc pas du milieu juif.

Les collaborateurs du Centre national de recherches de logique rejoignent la constatation initiale faite par M. Est-ce un bien, est-ce un mal? Quels sont les buts que poursuit l'enseignement de l'histoire? Edited by Kimambo I. Nairobi, East African Publishing House, ; one vol. The focus is on the African inhabitants of Tanzania, and four of the ten authors are African. By design, detailed work on the coast and islands of Tanzania, and upon aspects of the colonial administrative structure, has been omitted.

We look forward with eagerness to more detailed work by Kimambo on these themes. Gwassa discusses the different types of African resistance to the German invaders, but his analysis has problems with the definition of terms and, unfortunately, it soon turns into a mere listing of specific events of resistance. Iliffe provides an excellent basis for a wider study. Additional research is clearly needed on this important theme of Tanzanian history. As a whole, this volume serves a useful purpose, and along with B. It is not, of course, a history of Tanzania, but rather a series of paper relating to the history of Tanzania by authors with widely differing perspectives and skills.

Since it is yet still too early for an extensive history of Tanzania — there are too many gaps in the knowledge of important sections of the country — this is not a serious criticism. It is to be hoped that the Department of History in Dar es Salaam will continue to sponsor and publish such collections of papers, signalizing the steady progress made in understanding Tanzania's past, in the future. Aussi font- ils appel aux lecteurs pour leur signaler erreurs et omissions. Y Inventaire analytique des archives de la ville d'Ath, d'E. Leuridant, se place aux pages du t.

Nous lui devons un chaleureux merci. Signalons quelques documents encore utilisables. Le compte de la massarderie de Mons de n'a pas disparu, mais se trouve aux Archives de la Ville de Mons. La Collection de Guizot, certes, mais elle date de ! Par les apports des philologues, de W. Par la traduction enfin, en tous points remarquables, de B. Scholz, en collaboration avec B. Thomas d'Aquin semble avoir eu des doutes. Miller, The abbey and bishopric of Ely. The social history of an Ecclesiastical estate from the tenth century to the early fourteenth century Cambridge, University Press, reprint ; xn biz.

Cambridge Studies in Medieval Life and Thought. Deze studie, wier belang ver het lokale kader overschrijdt, werd reeds frekwent als vergelijkingsmateriaal gebruikt voor analoge studies op het Vasteland. De kwaliteit ervan werd reeds n. We menen nochtans dat het spijtig is een werk onveranderd te herdrukken, zelfs al is er nog geen twintig jaar verstreken.

Elk boek kan reeds dan een aanpassing gebruiken, en zelf voordeel halen uit wat ondertussen elders is onderzocht. Op die manier zou de herdruk ook als een heruitgave kunnen doorgaan. Dit schijnt ons nu een gemiste kans toe.


  • The Ruby Kingdom: Passage to Mythrin;
  • Winning at IT: [2016] Technology Grants For Non-Profits - K-12 Schools - Grant Writing for Tech.
  • An End To The Means.
  • Palace of the Fountains (BookStrand Publishing Romance).
  • Die Chinesen kommen! (German Edition)?

Auteur van de Miracula Sancti Benedicti, schreef hij rond ook de Vita Gauzlini abbatis, de levensbeschrijving van abt Gauzlinus, onder wiens abba- tiaat hij was binnengetreden. Gauzlinus was abt van Fleury van tot , en vanaf kumuleerde hij die waardigheid met het archiepiscopaat van Bourges. Andreas heeft niet zozeer de rol van Gauzlinus in het algemeen dan wel die als abt in het daglicht willen stellen, en dan vooral de politiek die de prelaat voerde om geusurpeerde bezittingen weer in handen te krijgen, en de bouwpolitiek.

Zoals de ganse reeks dit is het derde deel dat verschijnt is de latijnse tekst vergezeld van een Franse vertaling, die erg leesbaar is. Het geheel wordt afgerond door een kodikologische en historische inleiding waarin de afkomst van Gauzlinus wel meer moest bestudeerd zijn — indien mogelijk — daar hij ex liberiori totius Gallie stirpe geboren was en een indeks die alle kritiek weerstaat. Hildeberti Cenomannensis episcopi Carmina minora. Brian Scott Leipzig, Teubner, ; xlii blz. Van het grote aantal handschriften treden er vijf bijzonder op de voorgrond, nl.

DBTKZ, die samen de belangrijkste vertegenwoordigers van twee overleveringen vormen, nl. Deze vijf handschriften leveren de hier uitgegeven gedichten niet alle, noch in dezelfde volgorde over. Als criterium voor de echtheid der gedichten wordt mijns inziens terecht met volledige resp. Problematisch blijven natuurlijk de buiten deze twee groepen overgeleverde gedichten, daar het dichterschap van Hildebert niet zulke markante elementen heeft, dat zijn auteurschap zich als het ware opdringt. De door Scott aangevoerde stylistische argumenten zijn stellig niet onjuist, maar al met al niet indrukwekkend genoeg om werkelijk als bewijs te gelden.

Ik mis dan ook een extra argument, nl. Hugues de Saint- Victor, Six opuscules spirituels, ed. Hoewel het naar omvang en ook naar inhoud tot de zeer kleine werken van Hugo van St.

Chronique —Kroniek

Victor behoort, vormt het toch een welkome aanvulling van ons tekstenbezit van deze vruchtbare auteur. De zes geschriftjes, weinig bekend zijn: De meditatione, De verbo dei, De substantia dilectionis, Quid vere diligendum sit, De quinque septenis en De septem donis spiritus sancti. De overlevering van deze teksten is over het algemeen rijkelijk en de authenticiteit niet twijfelachtig. Victor een laatste, niet geringe dienst bewezen. Les voici dans l'ordre d'impression. Kuyer, Enige beschouwingen met betrekking tot het oudste stadsrecht van 's- Hertogenbosch pp.

Cerutti, De schepenbank in de Brabantse stad en de overdracht en bezwaring van onroerende goederen pp. A l'aide de ces chartes au droit de Louvain, J. Cuvelier crut pouvoir reconstituer le droit louvaniste tel qu'il existait avant Dans un tout autre domaine, M. L'auteur constate par ailleurs l'intervention de certaines villes — comme. Il a pu ainsi comparer les textes normatifs et le fonctionnement effectif de l'appareil judiciaire. Despy interventions de MM. Cerutti manque en raison d'un incident technique pp. Van Werveke is aan zijn derde artikel over deze graaf van Vlaanderen toe.

Na in en respectievelijk de economische politiek en het beeld van hem te hebben geschetst komt hij ter voorbereiding van een vierde bijdrage — een notitie in het Nationaal biografisch woordenboek — op deze figuur terug als biografisch probleem. Welke middeleeuwse graaf stelt niet een dergelijk probleem? Elders kan men die vaak niet opsporen bij gebrek aan bronnen. Sedert Pirenne in de B. Maar, zoals altijd in de wetenschap, schept elke ontdekking nieuwe problemen. Daaraan heeft de Gentse hoogleraar ons weer met een helder betoog herinnerd: Harrison Thomson, Latin Bookhands of the later middle ages.

D Graaf, ; 2 din. Het is ingedeeld in een biografisch en een bibliografisch gedeelte. In het eerste deel wordt er gehandeld over 76 auteurs. In deel twee wordt een nauwkeurige beschrijving van de 16de-eeuwse literaire produktie der minderbroeders in de Nederlanden gegeven en wel van allel6de-eeuwse drukken van minderbroeders uit de Nederlanden om het even waar uitgegeven sektie A en van alle 16de-eeuwse edities van minderbroeders in de Nederlanden gedrukt sektie B.

Ook worden de vindplaatsen van de bewaarde exemplaren aangeduid met signatuur. In totaal worden boeken beschreven. De auteur duidde ook aan volgens welk exemplaar de beschrijving werd gemaakt. Deze beschrijvingen zijn duidelijk en geven een goed beeld van de inhoud van de druk. Het boek is verder nog voorzien van vier regis-. Veruit het grootste gedeelte van de beschreven publicaties is van religieuze aard. Het humanisme heeft blijkbaar geen grote invloed uitgeoefend, althans te oordelen naar deze bibliografie. Als uitzonderingen kan men vermelden Johannes Pellens, Martinus van de Goude met een Compendium latini ideomatis Martinianum met een aanbeveling van Clichthovius ; Adam Sasbout, die de Ilias vertaalde in het latijn ; Johannes Mahu- sius, en Frans Tittelmans tegenstander van Erasmus.

Het grootste aantal drukken staat op naam van Tittelmans 20 werken, nrs. Slechts uitzonderlijk vermeldt de auteur of er van bepaalde schrijvers ook werken in handschriften bewaard zijn. Graag hadden we gezien dat dit aspekt wat meer uitgewerkt was, vooral omdat uit de titel niet blijkt dat het alleen om drukken handelt.

Ook hadden we gewild dat hij, zoals NK. Zo zou men op zoek kunnen gaan naar deze werken, eerder dan het zoeken van nog een exemplaar van een reeds gekende editie. Ook vinden we het werk vrij duur. We menen dat dergelijke naslagwerken niet alleen door bibliotheken, maar ook door navorsers moeten kunnen aangekocht worden. Zou het daarom niet beter geweest zijn deel I gewoon weg te laten en hiervoor te verwijzen naar de Voorstudies in Franciscana? Pater De Troeyer en de andere leden van het Instituut voor Franciscaanse Geschiedenis verdienen alle lof voor dit naslagwerk en we hopen dat zo vlug mogelijk de andere delen zullen verschijnen en dat de andere kloosterorden dit voorbeeld mogen volgen.

Léopold Sédar Senghor (1906-2001) : à l’orée de son centenaire

The scene has often been described, for it clearly caught the imagination of both its contemporaries and of later generations ; but we have had no critical modern account of it. It is this which Dr. Russell has set out to provide: The sources for this event are very rich and Miss Russell has evidently read them all, published and unpublished.

She has been indefatigable in tracking down the careers of all the major and some of the minor participants, both English and French. Her learning about Renaissance musical instruments is no less astonishing than her expertise. The real problem arises in the author's interpretation of the events she describes. What, in fact, was their meaning? Russell's answer, if perhaps a trifle hesitant, is perfectly clear: It was to embody and set forth, in most sumptuous and dramatic guise, an Anglo-French understanding which hardly existed".

Now this is an astonishing conclusion. First, and most superficially, it is difficult to see who was, or even who was to be, deceived. Certainly not the emperor Charles V. In their own negotiations with the English, which followed on the Anglo-French meeting, they simply ignored the tenuous English commitments to France. It seems even less likely that the English and French could have thought of deceiving each other. They knew, after all, what they were negotiating about and how far they got.

The inescapable conclusions is, alas, that if anyone was deceived it was the author of this book. Miss Russell's fundamental deception lies in her inability to take the historical personages she writes about seriously. She finds it impossible to believe that the English and French governments should have spent such enormous sums on "mere" festivities, a kind of glorified and extended sports and speech day, without some ulterior, and therefore presumably "true", motive.

But this is to see Renaissance aristocratic and court society in terms of a much later puritan and utilitarian ethic. The ethos of the European aristocracy was essentially a military one. This ethos was, of course, in direct contradiction to the teachings of the Christian Church and, to the more perceptive, its destructiveness of other prized values was very obvious. Out of these contradictions there developed, in the later middle ages, the ideals and tenets of chivalry. It is fashionable to write chivalry off as an ineffective fig leaf for Machiavellian politics and unremittingly brutal warfare.

It was, however, a very real attempt by an aristocratic society to tame and civilise its propensities towards violence without giving up its traditional ideals of what constituted admirable manly behaviour. It had, moreover, the great advantage over war of creating an important and meaningful position for women. Equally significant is the very elaborate symbolism of peace and amity in poetry, music and scenery, even in the context of athletic competition and make-believe. Such symbolism, often very sophisticated and esoteric, was a characteristic feature of this and similar festivities x.

The meeting of the Field of the Cloth of Gold was not a deception but an affirmation, a palpable demonstration of the magnificence, the splendid, civilised nature of the monarchies and the countries they represented. The diplomacy which accompanied it was almost a secondary consideration. Sixteenth century diplomats were as sceptical of "summit meetings" as their modern counterparts.

Sixteenth century princes were as optimistic about them as modern heads of governments. But, then as now, the fact of the meeting of the heads of state was more important than the diplomatic results which were achieved. There was no deception about this. Francis and Henry wanted to impress each other and the rest of the world. They could do this either by war or, in a much more civilised and cheaper way, by a highly formalised and symbolical display.

The tragedy of European history, and the underlying pathos of the Field of the Cloth of Gold, is that, so far, all such splendid and imaginative attempts to find alternatives to war have had only temporary success. John Fisher, bishop of Rochester and, later, a Catholic martyr and saint, preached a sermon after the end of the great meeting in which he contrasted the tawdriness of earthly luxuries and the fickleness of mortal princes with the untarnished glories of heaven ond the immutability of God.

It was a valid but cheap piece of moralising and, as it turned out, it was the seekers of the true word of God, as much as the princes and barons, who were responsible for the wars that followed the peaceful meeting of the kings of France and England. Le genre a peu fleuri dans notre pays. Il l'accompagna dans des missions en Espagne. On y trouve un glossaire et un bon index des noms de personnes et de lieux, mais il faut regretter l'absence d'un index rerum.

Les titres originaux de nombreux paragraphes peuvent y contribuer. The Folger Shakespeare Library, Van reformatorisch standpunt bekeken betekent dit dat Latimer zijn toespraken hield op het ogenblik dat de Hervorming haar hoofdaspecten verworven heeft in de vorm van de respectieve geloofsleren: Lutheranisme, Doopsgezindheid en Calvinisme. Latimer blijft voor ons het type van de dynamisch-belevende geloofsmens, die een intense belangstelling toont voor de doorbraak van de reformatorische gedachte.

Daarom is het dan ook dat wij vanwege de uitgever van de preken een bredere historische omlijsting hadden verwacht: Wij zouden het bovendien ten zeerste hebben geapprecieerd een bondige historiek te krijgen van de reformatorische gebeurtenissen in verhouding tot de gepubliceerde preken en, — waarom ook niet? We zien het zo: Deze restrictie terzij gelaten, verdient bewuste publicatie de volle aandacht op grond van de voortreffelijke presentatie der teksten: De keurige afwerking en een foutloze tekst vergemakkelijken het binnendringen in het weinig gekend domein van de behandelde predicatiemotieven.

The author has worked through a most impressive range of original material and presented it in a form which even those quite unacquainted with the general history of the period can. The writing of this kind of history is by no means easy. The very abundance and diversity of sources can so easily overwhelm the author or tempt him to be capriciously selective. On the whole Bridenbaugh manages to maintain his balance and to keep his material under control as he presents for us the background to the great English migrations of the s.

His emphases are not entirely new or unprecedented. The part played by the ship owners and the profit motive in peopling the Chesapeake colonies is clearly contrasted with the primarily religious motivation of the early New England settlers.

Léopold Sédar Senghor () : à l'orée de son centenaire | Africultures

Perhaps the contrast is a little too rigorously maintained. The faults of the book are few and in the main the result of over-enthusiasm. One passage which begins as a description of the appearance of a 17th century English village becomes imperceptibly a 20th century traveller's guide to rural England. The derivation of 'urbane' and 'urbanity' is explained with the gracious condescension of one who has just discovered it.

The irony in a quotation from a contemporary ballad is quite missed. The extent and rapidity of economic change is sometimes exaggerated 'these were the years in which England was developing a capitalistic economy'. The timespan of Charles I's 'personal government' and of the ascendancy of Strafford and Laud is unwarrantedly stretched by implication 'under the aegis of Archbishop Laud and the Earl of Strafford, the administration of the Poor Law was improved and better supervised from to '.

One or two place names are mis-spelt but the fault is perhaps the proofreader's and not the author's. On the whole the work reaches and maintains a high standard. It cannot, however, hope to explain the great migration. The picture of England that it paints would be equally true of many other periods in that country's history. Land, The Dulanys of Maryland. Celles-ci appartiennent en droit aux Lords Baltimore. De waarnemingen, die hij aan Rome overmaakte, betroffen immers gebeurtenissen van zeer uiteenlopende aard. Allen waren ze van belang voor zijn taak en voor het wereldgebeuren.

Wie de werking van de kerkelijke diplomatie kent, weet al van vooraf aan dat deze publicatie belangrijke bronnen moet ontsluiten voor de kennis van het godsdienstige en politieke gebeuren in ons land en ook in de landen waartoe de rechtsmachts van de internuntius zicht uitstrekte. Weliswaar zijn de Vatikaanse documenten over deze tijd niet meer totaal onbekend.

Voor zover zij op Noord-Nederland betrekking hebben, werden zij gepubliceerd door Dr. Sommige uitgaven van L. Een vergelijking echter met deze publicaties valt wel ten nadele uit van onderhavige uitgave: Vooreerst had men in de inleiding een korte uiteenzetting mogen verwachten over de rechtsmacht van de internuntius. Wel wordt gezegd dat de Hollandse missie onder Santini ressorteerde. Maar uit de correspondentie blijkt verder nog dat de universiteit van Douai, het aartsbisdom Kamerijk en het bisdom Atrecht onder zijn bevoegdheid vallen.

Voor het hertogdom Limburg is dit niet zo duidelijk, want Santini raakt in conflict met de nuntius van Keulen en moet hem de zaken van dit gebied overlaten zoals hij ook — althans na een zekere tijd — zijn bezorgheid over een deel van Luxemburg, met name de abdij van Orval bisdom Trier aan deze nuntius moet overdragen. Wellicht had een onderzoek van de documenten die de jurisdictie van de internuntius bepalen, de uitgever hierbij kunnen helpen.

Verder kan men zich afvragen in welke mate het nodig was brieven, die uitsluitend op het Noorden betrekking hebben, nog weer te geven. Zij werden immers door Polman op een voortreffelijke wijze gepubliceerd. Ook had hij kunnen vermelden waarom hij soms dezelfde brieven anders dateert bv. Het hanteren van de kerkelijke en canonieke terminologie is niet altijd zeer gelukkig. Slordig is de uitgever, wanneer hij de dominikaan Delbecque in oktober laat sterven volgens doe.

Arnoux volmachten om anderen te ontslaan van banvloek en andere kerkelijke straffen. Een voetnoot had bij wijze van toelichting ons eventueel kunnen duidelijk maken dat de Curie — en niet de uitgever — een verkeerde interpretatie aan de tekst heeft gegeven. Een groot aantal zetfouten ontsiert de tekst. Van Susteren moet J. Van der Dussen zijn. Het is wel jammer dat men Polman moet consulteren om te weten of hier de vicaris-generaal van Mechelen of de Nederlandse diplomaat bedoeld is. Ook spreekt de uitgever regelmatig van de apostolische vicaris van Rolduc: Storend is het tevens wanneer de eigennamen in de index anders gespeld worden dan in de tekst: Damen en Lambrechts worden in de index der namen Daemen en Lam- brecht ; Sullivan in de tekst en in de index, wordt Sullivane in voetnoot doe.

Polman heeft ons wellicht verwend met de zorgvuldige identificatie van de aangehaalde personen bij hun eerste vermelding: De index werd met weinig zorg opgesteld: Helemaal niet opgenomen werden bv. De bisschoppen werden niet volgens hun naam opgenomen in de index, maar wel bij de referentie naar hun bisschopszetel. Anderen werden bij de verwijzing soms verward zoals Adam en Herman Daemen. Men kan er soms niet uit afleiden of het getuigenis van Santini in een aangelegenheid belangrijk is.

Soms ook lijkt de uitgever niet te begrijpen waarop gezinspeeld wordt: Het werkt ook storend, wanneer plots de kronologische volgorde der gepubliceerde documenten zonder reden onderbroken wordt zoals voor doe. En wanneer men bronnen in extenso publiceert, is een voorafgaand regest nog steeds een normale hulp.

Deze en vele andere analoge tekorten maken onderhavige publicatie voor heel wat correcties vatbaar. Voor documenten, die op het Noorden betrekking hebben blijft gelukkigerwijze de verificatie bij Polman mogelijk en tevens noodzakelijk. Wat nu de draagwijdte van de gepubliceerde documenten aangaat, moet men er vooreerst rekening mee houden dat hier alleen de correspondentie tussen de internuntius en de kardinaal-staatssekretaris in aanmerking kwam.

Naar de rest van de correspondentie van Santini wordt alleen soms terloops verwezen. Wel wordt hij regelmatig geprezen om zijn steun aan de Romeinse objectieven ; over zijn minder gunstige zijden wordt met geen woord gerept. Dit beperkt wel enigermate de rijkdom van deze documenten- publicatie. Naar wij hopen zal ze voortgezet worden, maar dan in overeenstemming met de wetenschappelijke eisen en normen, waaraan ons Historisch Instituut ons gewend maakte. Hoewel hij slechts over weinig rechtstreeks bronnenmateriaal beschikt, komt de auteur tot een vrij volledig en geloofwaardig beeld van de 2 Antwerpse loges en de logebroeders.

Antwerpen was allerminst een verlichte stad op het einde van de 18 e eeuw en was als dusdanig zeker niet representatief voor wat de andere Zuidnederlandcse steden betreft. Toch ontstonden er te Antwerpen twee volwaardige loges: In de eerste loge zetelden vooral renteniers en magistraten terwijl in de tweede kooplui en beoefenaars van vrije beroepen beter vertegenwoordigd waren.

De beide loges moesten hun activiteiten stilleggen na de afkondiging in van de 2 edicten van Jozef II. Vooral tracht hij na te gaan welke invloed hun logelidmaatschap op hun daden heeft uitgeoefend. In dit verband verwerpt hij de stellingen van alle auteurs. Deze stelling zal vermoedelijk niet opgaan voor wat bepaalde Gentse loges betreft. Al met al is het werk van De Schampheleire een voorname bijdrage tot de kennis van het doordringen van de Verlichting in de Zuidelijke Nederlanden.

Les protestants demeurent dans l'ombre et la condition des juifs est plus obscure encore. Chaque jour, en moyenne, la ville perd au moins cinq de ses habitants. Mais il n'y a pas eu, seulement, irruption d'un fait nouveau. Le nom de M. Trois colloques en perspective avant de conclure A ce moment, en effet, pour de nombreuses raisons les Anglais ne peuvent soutenir la cause grecque.

Quand le cas se produit M. The parties had become so important an aspect of Greek political life by the 's that their careful examination in this study has resulted in new light on virtually the whole range of Greek politics. For a proper perspective on the parties, Professor Petropulos has provided a penetrating descriptive analysis of their formation and activities from to The book comprises a detailed presentation of Greek.

Though the author was unable to use a host of official documents in the General State Archives regarding this aspect of Otho's reign, his investigation of other relevant materials has been meticulous and thorough. He makes no claim that his book may be definitive, but it is so broadly based and critically analytical that it is difficult to imagine that very much of major importance on the subject will be modified significantly when the materials mentioned above are available for scholarly study. No single other title is as careful and impressive.

This is easily the best work covering Greece during Otho's first ten years. In format the main text is supplemented by a prosopographical chart giving important information on all Greek political figures between and , including party affiliations, regional identities, and social-occupational categories. The index is superb and the sixty-nine page Selected Bibliography is a mine of specialized information. Extensive documentation and commentary lend a special value to the narrative, resulting in a fine example of historical writing, the fruit of prodigious research.

Professor Petropulos has carefully explained the impact of the Revolutionary experience on party development, noting especially the role of local notables and chieftains. The legations were particularly important because Greek politicians soon realized that the Bavarians responded to international considerations ; and so, Britain, Russia, and France came to play virtually direct roles in Greek politics. The precarious looseness of the party structures merits the author's special and continuous attention.

Bavarian policies are seen largely from the outside and are subject generally to a critical judgment. Despite the inherent weaknesses in the parties, they each show remarkable vitality when under strong pressure from Otho's government. At the same time while strong enough to survive, they each in turn prove unable to remain in power. With the focus on the parties, the story moves methodically and almost inexorably from the point of Otho's arrival in Greece to his yielding in the face of a revolutionary situation in While the narrative unfolds this drama of Greek politics, it also sheds significant new light on the roles of Britain, France, and Russia in the Near East.

The author has skilfully placed his work in the broad contexts of both Greek and European history and all scholars interested in the politics and diplomacy of the period are now in his debt. Colin, ; un vol. Dans son avant-propos M. From time to time there is clearly a need for a scholarly yet popular book which will sum up for students the results of modern research. This is what Ekkhard Verchau offers in his short well illustrated biography of Bismarck: His method is to try to explain the major aspects. This technique is by no means so successful as might be expected owing to the author's somewhat curious selection of documents for quotation.

A critical evaluation of the considerable literature on the vexed question of the origins of the war of might have been more helpful to students of Bismarck. Today much of Bismarck's work lies in ruins. Prussia has disappeared and Germany is no longer united. But something of his social policy survives. Here is an aspect of Bismarkc's policy that deserves more serious attention from historians.

Schweitzer et les partisans de W. Stanley, Emin Pasha and the Imperialists. Unfortunately, this book can hardly be regarded with popularity by a wide audience. The stilted style of the author combined with massive and unilluminating quotations will turn the most active interest on the part of the readers to dull indifference. Having consigned his audience to boredom, the author cannot retrieve what might have passed for a sound work of historical scholarship.

There are many errors of fact and interpretation. Moreover, the author is simply unaware of the past ten years of historical scholarship concerning Africa. His bibliography has no work published in the twentieth century and is confined largely to the accounts of the explorers and the participants in the partition of Africa. Nowhere in the pages is there any reference to the many articles, essays, and books which have dealt with the partition of Africa and particularly the fascinating question of the Upper Nile.

This failure of research is accompanied by an effort on the part of the author to do too much with too little. If he had confined himself to just the story of Emin Pasha or to Stanley's relief expedition or both, he might have written a fascinating work. His understanding of Lwo migrations and his acceptance of the Hamitic myth is confirmation of his shallow research. Moreover, it is quite unnecessary to spend many pages introducing the Upper Nile and describing Napoleon's conquest of Egypt or the establishment of Egyptian authority at Sennar, which he incorrectly places north of Khartoum p.

The reader is then informed about the role of of Sir Samuel Baker in Equatoria, despite the fact that Baker preceded Emin Pasha by nearly a decade. There is little attempt to see the Africans or the Europeans or the Arabs in any but the crude stereotypes so common in the nineteenth century. The Europeans are intrepid. The Arabs are always brutal and vicious. Such descriptions were common in the nineteenth century literature and indeed fixed the stereotypes which linger on nearly a century after these events took place in central Africa. It is regrettable that an author writing today must simply perpetuate such stereotypes which have been shown by many scholars to be inaccurate and unfair.

Again the reader is plagued by long quotations taken from nineteenth century accounts by Emin Pasha himselt, Casati, and Dr. Emin Pasha appears as a sincere scientist interested in developing the economy and concerned for the welfare of his people. He is also, however, muddled and confused, irresolute and hesitant. The author relies much too heavily on the work and judgments of the Italian wanderer, Casati. The author's treatment of the Mahdist uprising and the subsequent invasion of the Southern Sudan, which isolated Emin Pasha, is drawn, like his other descriptions, straight from nineteenth century accounts.

Thus the Mahdist are brutish savages who only wish to reconstruct the slave trade and to destroy the work of civilization which the European Christian administrators had begun to build in the Sudan. The Relief Expedition has always been one of the most controversial episodes in the history of Europeans in Africa. The author is well aware of the contradictions, the conflicts, the ambiguities, the greed, and the imperial interests which surrounded that expedition.

His failure, however, to appreciate and understand the diplomacy revolving around the question of the Upper Nile has led him to make statements which modern scholarship can no longer sustain.

He is only partly certain of the role of Sir William Mackinnon in the relief expedition and unaware of the role of Mackinnon in the important Heligoland Treaty of between Britain and Germany. Moreover, his appreciation of King Leopold's role and interest in the Upper Nile is only fragmentary. His bitter dislike of Henry Morton Stanley is perhaps understandable, yet his obvious dismay at Emin Pasha signing on in the German Imperial service clearly compromises the more positive characteristics of the Pasha which were enumerated during his early years as Governor of Equatoria.

Lost Empire On the Nile can thus not be recommended to either the scholar or the general reader. XLVII, , 2, pp. Ce volume contient en. Thus while the earliest accounts of Germany's overseas possessions by Alfred Zimmermann and M. Townsend examined the development of the colonies from a purely European standpoint, a new generation of historians has placed the native African in the centre of the picture.

These historians are interested in the impact which white invaders had upon African societies and to the responses of those societies to European conquest and administration. In one respect, however, the older historians had an advantage over their successors. European administrators have left written records behind then but native African societies have rarely done so. Much that one would like to know about an African territory in the days when the Europeans first arrived and about the impact of western domination and culture upon native societies will presumably never be discovered for lack of adequate documentary evidence.

University Press, ; xiv p. It is well known that the first phase of German colonial rule was characterised by many mistakes and much maladministration which culminated in a number of scandals and disasters. Only twenty years after Bismarck founded the overseas empire Germany's reputation as a colonial power was shattered by the revolt of the Herero in South West Africa and the Maji Maji rising in East Africa.

L’Afrique face à l’Europe : les dépendances culturelles

There followed a period of reform, initiated by the able Colonial Secretary Dr. In East Africa the new era was initiated by Freiherr von Rechenberg. His policy of reconstruction after the suppression of the Maji Maji rising was based upon the doctrine that the future of the colony lay not as a white man's land of great plantations but as a black man's land with an expanding native agricultural economy. Rechenberg's policy — adopted by Dr. This line was intended to link the native farmers of the interior with the Indian merchants on the coast.

But the existence of a small white community in East Africa — which found powerful allies at home in the Reichstag — proved to be a fatal barrier to the success of Rechenberg's plan. Iliffe shows how on one issue after another — the policy towards the Indian immigrants on the coast, local self-government for white settlers, the corporal punishment of natives — Dr. Dernburg in Berlin and Rechenberg in Dar es Salaam were forced to retreat step by step from the principles that they had adopted.

On these — and on many other aspects of the history of German East Africa between and — Dr. Iliffe is a sure guide. It is a pity that this monograph has not been extended to or No one is better qualified than Dr. Iliffe to answer a question which has long puzzled students of German colonial history. How was it possible in the first World War for an overseas territory in which there had only recently been a serious revolt to survive for so long against overwhelmingly superior forces, although cut off from the mother country?

Centrum voor Militaire Geschiedenis, Bijdragen, 4 wil een ontleding zijn van de visie op de oorlog die tot uitdrukking kwam in ongeveer 80 romans, dagboeken en novellen, die verschenen van tot Aanvankelijk overheerste een toon van geestdriftige vaderlandsliefde. Het oorlogsdagboek van Streuvels viel uit die toon omdat het de tegenstelling blootlegde tussen de individuele drang naar zelfbehoud en de verheerlijkte heldenmoed. De auteur heeft maar een flauwe echo opgevangen van de polemieken die daarom in werden gevoerd rond Streuvels' boek. Ook Ernest Claes wilde al tijdens de oorlog de mens in zijn kleinheid benaderen, ontdaan van het cultuurvernis dat zijn ware aard omhult.

Na de bevrijding verdween al vlug bij alle schrijvers de eenzijdige verheerlijking van de idealen waarvoor men had gevochten. De oorlog verscheen nu als een verdediging van schijnwaarden waarbij de menselijke waarden werden. Cahiers de la Fondation nationale des sciences politiques, Dreyfus sur les facteurs qui ont fait la puissance de l'U. Or, nous dit bien M. Rudolph Binion, Repeat Performance: Studies in the Philosophy of Hutory, vol. Spaak sur son strapontin, et guider tout droit le pays vers la catastrophe: On en pensera ce qu'on voudra.

Castaing et en , celle du Dr. Bougrat de Marseille et du sinistre Dr. Tournai et Paris, Caster- man, ; un vol. Bor- wicz, Vies interdites Tournai, Casterman, ; un vol. Si le lecteur moyen y trouve son compte, car Georis agit en bon journaliste, qu'en est-il de l'historien? Qu'il me suffise d'en citer quelques-unes: Des affirmations de l'auteur sont fort contestables.

On ne sait quand elle disparut. Pour le reste, la destruction des archives de ces deux. Aux travaux de ses devanciers, Astrik L. Gabriel n'ajoute apparemment rien de neuf: Knecht, ; un vol.